Pariatur labore

Op een donderdagavond in augustus zit hij ineens weer op zijn vaste kruk aan de verre kant van de bar. Hij draagt een wollen mutsje en een rafelige trui en zit leunend op zijn ellebogen naar de twee glazen bier te kijken die voor hem zijn neergezet. Hij ziet ons niet. Bak en ik lopen om de bar heen om aan weerszijden van hem te gaan staan. Als we aankomen zijn de glazen leeg en lijkt hij ons nog steeds niet te zien. Bak en ik kijken naar hem. Dan kijken we elkaar aan. Hé Vic hoe is het, zegt Bak tegen de figuur tussen ons in. Het mutsje komt omhoog en het stoppelige gezicht van Victor wordt zichtbaar. Met samengeknepen ogen bestudeert hij Baks gezicht en dan dat van mij. Dat doet hij een paar keer. Hij herkent ons niet meteen, denk ik. Zodra hij dat wel doet knikt hij even, pakt een bierviltje van de bar, gooit dat naar de barman en steekt vier vingers in de lucht.
Voordat Bak en ik een slok hebben kunnen nemen heeft hij al een glas leeggedronken. Hij gebruikt het tweede om zonder iets te zeggen met ons te proosten. Meteen daarna herhaalt zich het viltjesritueel. De barman kent Victor al jaren en gaat vanavond doen wat er van hem gevraagd wordt zonder problemen te maken.
Ik vraag Victor of hij net van boord is gekomen. Hij doet zijn mond open om wat te zeggen en doet hem dan weer dicht. Alsof het antwoorden hem niet lukt. Hij knikt terwijl hij zijn hand weer opsteekt naar de barman. Ik kijk naar Bak. We hadden je pas in september verwacht, zegt die. Victor kijkt Bak aan en maakt dan met zijn arm een wijzende beweging langs zijn lichaam naar beneden. Bak en ik zakken op onze hurken om te kijken naar wat hij aanwijst. Van een van de pijpen van zijn spijkerbroek is een stuk afgeknipt en zijn onderbeen zit tot zijn knie in groezelig gips. Een ongeluk? Of zou hij echt in actie hebben moeten komen? Ze waren toch alleen mee om Somalische piraten af te schrikken? Bak studeert medicijnen en bestudeert met een serieus gezicht het ingegipste been. Voordat ik hem kan vragen of hij denkt dat het ernstig is worden we bij onze kragen gegrepen en met een ruk rechtop getrokken. Op de bar zijn volle glazen neergezet naast onze halvolle die er nog stonden. Victor heeft een sigaret opgestoken en kijkt ons om beurten met waterige ogen aan. Ik heb hem nog nooit zo gezien. Hij pakt zijn glas, tikt er met onvaste hand mee tegen dat van Bak en mij en drinkt het in een keer leeg.
Vanaf het moment dat de twee zwarte Amerikaanse toeristen binnenkomen gaat het zo snel dat ik moeite heb er later een samenhangende verklaring over af te leggen. Ze gaan aan de bar tegenover ons staan om te bestellen. Ik merk pas dat Victor niet meer naast me zit als ik hem aan de overkant richting de mannen zie hinken. Zonder vaart te minderen haalt hij uit en raakt een van hen met zijn vuist vol in zijn gezicht. De man valt. Een tweede slag van Victor schampt het voorhoofd van de ander die zijn vallende vriend probeert op te vangen.
Het lukt Bak en mij om Victor uit de kluwen mensen te trekken die daarna bij de bar ontstaat. Het kost ons al onze kracht om hem de voorraadkamer in te krijgen en hem daar op een kratje neer te zetten. Bak gaat terug om te kijken of er binnen medische hulp nodig is. Pas als de Amerikanen zijn vertrokken komt hij terug. Ik denk niet dat ze het erbij gaan laten zitten Dick, zegt hij tegen mij voordat hij Victor meeneemt naar de wc om zijn bebloede hand schoon te spoelen en te verbinden.
‘Het was vorige week op CNN’, zegt de barman als ik weer zit. ‘Het schip is ’s nachts aangevallen. Het duurde uren voordat ze de kapers hebben kunnen overmeesteren. Er is geschoten en ze zeggen dat één bemanningslid het niet heeft gehaald.’
Je moet hier weg Vic, zeg ik als hij en Bak terug zijn. Met zijn verbonden hand zoekt hij steun op mijn schouder als hij zich op zijn kruk hijst. Als hij zit kijkt hij me aan en een heel kort ogenblik maken we contact. Dan haalt hij zijn schouders op, grijpt een bierviltje en draait zich om naar de bar.


(foto: Ann Fossa @ Unsplash)

Terug naar het overzicht